Pijn brochure: Postoperatieve pijnbehandeling
Inleiding
Binnenkort ondergaat u een heelkundige ingreep. Na de operatie
kan pijn optreden,
dit wordt postoperatieve pijn genoemd. Pijn kan het
genezingsproces vertragen. Daarom
is het belangrijk dat onmiddellijk na de operatie, zonodig zelfs
voor de operatie, een goed
pijnbeleid gevoerd wordt. Immers, dankzij een goede
pijnbehandeling herstelt u beter, wordt
de kans op complicaties kleiner en kan de hospitalisatieduur
eventueel verkorten. Met een
goede pijnstilling ondervindt u als patiënt zo weinig
mogelijk hinder van de operatie.
In deze brochure wordt nadere informatie gegeven over
verschillende mogelijkheden van
pijnbestrijding. Als u na het lezen nog vragen heeft, dan kunt u
deze stellen aan de
verpleegkundigen van de afdeling waar u opgenomen bent. Tevens
kan u met deze vragen
terecht bij de geneesheer-anesthisioloog of de verpleegkundige
pijnspecialiste.
De anesthesioloog.
Voor de operatie maakt u kennis met de anesthesioloog. Deze arts
heeft zich toegelegd
op de verschillende vormen van anesthesie en pijnbestrijding.
Hij/zij beslist, in
overleg met u, welke vorm van anesthesie en pijnbestrijding
achteraf voor u het beste is.
Na de operatie.
Na de operatie gaat u naar de ontwaakzaal (PACU, recovery,
uitslaapkamer). Als u ontwaakt
uit uw anesthesie vraagt de verpleegkundige van de ontwaakzaal
hoe het met de pijn is. Op
regelmatige tijdstippen zal hij/zij u vragen uw eventuele pijn
met een cijfer tussen
0 en 10 op een pijnschaal aan te geven.
Geen pijn 0-1-2-3-4-5-6-7-8-9-10 Ondraaglijke pijn
0 betekent geen pijn en 10 is de ergste pijn die u zicht voor
kunt stellen. U kunt
nooit een verkeerd cijfer geven. Het gaat immers om de pijn die u
ervaart en pijn is een
persoonlijke ervaring. Als u bijvoorbeeld denkt dat uw pijn een 5
is, dan geeft u een 5,
ook al denkt u dat een ander daar misschien een 3 of 7 voor zou
geven. Als u geen pijn
heeft, geeft u dat aan met een 0. Heeft u weinig pijn, dan kunt u
een cijfer tussen 1 en 4
geven. Indien u veel pijn heeft, geeft u een cijfer tussen 7 en
10.
Afhankelijk van uw pijnbeleving wordt pijnmedicatie toegediend
volgens een vooropgesteld
schema. Afwijkingen op dit schema zijn mogelijk. Het is heel
belangrijk dat u aan de
verpleegkundigen laat weten of de pijnstillers goed helpen.
Hierdoor kan de pijnmedicatie,
indien nodig, tijdig worden aangepast. Hoe langer u wacht met het
melden van pijn, hoe moeilijker
het is om de pijn degelijk te bestrijden.
Pas als u aangeeft dat de pijn aanvaardbaar is (pijnscore <3)
mag u terug naar de afdeling.
De pijnscore moet aanvaardbaar zijn zowel in rust, als bij
bewegen en hoesten.
Op de verpleegafdeling informeren de verpleegkundigen en de
zaalarts naar de pijn die u voelt.
Op regelmatige tijdstippen gaat u medicatie krijgen en worden de
pijnscores verricht.
Op die manier krijgt men inzicht in het verloop van uw pijn. Ook
hier geldt de regel
dat pijn geen belemmering mag zijn voor diep inademen, bewegen en
hoesten. Bij hoge
pijnscore waarschuwt de verpleegkundige de
geneesheer-anesthesioloog of de pijnverpleegkundige.
Zo nodig wordt u extra pijnmedicatie toegediend en/of wordt de
pijnmedicatie aangepast.
Tenslotte. Deze brochure is bedoeld om u in het
algemeen te informeren over de gang van zaken bij de
postoperatieve pijnbestrijding. Indien u nog vragen heeft,
aarzelt u dan niet om deze te stellen
aan de geneesheer-anesthesioloog, de pijnverpleegkundige of de
verpleegkundigen van de afdeling.
Wie deze brochure wenst kan ze hier Downloaden